Twee collega's in gesprek bij de inpakafdeling van Drents Bakkie.

Achter het Bakkie · Deel 5

Achter gedrag zit altijd een verhaal

Gedrag laat niet altijd zien wat iemand nodig heeft. Door te luisteren en vragen te stellen, zoeken we samen naar een volgende stap in ontwikkeling.

5 min. leestijd

Gedrag is vaak het eerste wat je ziet.

Iemand komt niet opdagen.
Iemand neemt geen initiatief.
Iemand blijft steeds dezelfde taak doen.
Iemand vraagt veel bevestiging.
Iemand zegt al snel: “Dat kan ik niet.”

Op een werkvloer kun je daar snel een oordeel over hebben.

Die is ongemotiveerd.
Die wil niet leren.
Die neemt geen verantwoordelijkheid.
Die vindt het wel makkelijk zo.

Maar bij Drents Bakkie proberen we niet te snel te oordelen. We kijken liever eerst wat er onder het gedrag zit.

Want gedrag is zichtbaar. De reden erachter vaak niet.

Niet alleen kijken naar wat iemand doet

Dirk gebruikt in de begeleiding een denkkader dat eerder ook onderdeel was van de ontwikkelmethode van Toolbox. De basis daarvan is dat gedrag niet losstaat van de rest van iemands situatie.

Wat iemand doet, wordt beïnvloed door meerdere lagen.

De omgeving waarin iemand werkt.
De vaardigheden die iemand wel of nog niet heeft.
De overtuigingen die iemand over zichzelf heeft.
Het beeld dat iemand van zichzelf heeft.
En uiteindelijk ook de vraag: waar doe ik het eigenlijk voor?

Dat klinkt misschien theoretisch. In de praktijk is het heel concreet.

Als iemand steeds dezelfde taak blijft doen, kun je zeggen: “Je moet wat meer initiatief tonen.”

Maar je kunt ook onderzoeken:

Weet iemand dat initiatief nemen mag?
Durft iemand te zeggen dat hij iets anders wil proberen?
Is iemand bang om fouten te maken?
Heeft iemand al eerder ervaren dat proberen verkeerd afliep?
Ziet iemand zichzelf wel als iemand die meer verantwoordelijkheid kan dragen?

Het antwoord op die vragen bepaalt wat iemand nodig heeft.

Van corrigeren naar onderzoeken

Dat betekent niet dat we gedrag negeren.

Als iets opvalt, gaan we in gesprek. Eén op één. Rustig en duidelijk.

We vragen wat er speelt. Waar iemand tegenaan loopt. Wat iemand nodig heeft. Wat iemand zelf ziet. En wat iemand zelf zou kunnen proberen.

We proberen mensen niet meteen de oplossing te geven. We willen vooral dat iemand zelf inzicht ontwikkelt.

Soms zit de oplossing in de omgeving. Dan maken we een taak overzichtelijker, rustiger of duidelijker.

Soms zit het in vaardigheden. Dan is meer uitleg, herhaling of oefening nodig.

Soms zit het in overtuigingen. Dan heeft iemand vooral succeservaringen nodig om te merken: ik kan meer dan ik dacht.

En soms gaat het over identiteit. Dan moet iemand zichzelf langzaam anders gaan zien. Niet alleen als deelnemer die geholpen wordt, maar als collega die iets toevoegt aan het team.

Bang om te falen

Een deelnemer kan bijvoorbeeld steeds dezelfde taak blijven doen. Stil, introvert en zonder veel initiatief.

Aan de buitenkant lijkt dat misschien alsof iemand geen behoefte heeft aan meer. Alsof diegene tevreden is met een beperkte rol.

Maar soms blijkt in gesprek iets anders.

Iemand durft niet te zeggen dat hij of zij iets anders wil proberen. Niet omdat de motivatie ontbreekt, maar omdat de angst om te falen groter is dan de wens om te groeien.

Dan heeft het weinig zin om alleen te zeggen: “Je moet meer initiatief nemen.”

Dan moet je een situatie creëren waarin proberen veilig genoeg voelt.

Dat doen we door iemand uit te dagen, maar niet te forceren. Door kleine extra taken te geven. Door verantwoordelijkheid stap voor stap op te bouwen. Door ruimte te geven om het in eigen tempo te proberen.

En vooral: door iedere extra actie positief te benaderen.

Niet alleen het perfecte resultaat telt. Ook het proberen zelf is ontwikkeling.

Begrip is geen vrijbrief

Tegelijk is begrip niet hetzelfde als alles goedpraten.

Bij Drents Bakkie hebben we duidelijke afspraken over hoe we met elkaar omgaan. Veiligheid, positieve sfeer, verantwoordelijkheid, feedback en nuchter werken vormen de basis van onze samenwerking.

Als gedrag niet past binnen die gedragscode, begrenzen we dat.

Iemand die zich niet aan de gedragscode wil houden, past niet binnen onze werkvloer. Daar zijn we strikt in. Het welzijn van de groep gaat dan voor het individuele traject.

Dat klinkt misschien hard, maar voor ons hoort het juist bij veiligheid.

Een groep kan alleen goed functioneren als iedereen weet waar de grenzen liggen. Deelnemers moeten erop kunnen vertrouwen dat gedrag dat de sfeer of veiligheid beschadigt, wordt besproken en begrensd.

Een traject vraagt om aanwezigheid

Dat geldt ook voor afspraken nakomen.

Als iemand niet komt en afspraken blijft vermijden, gaan we daarover in gesprek. Niet om iemand direct af te schrijven, maar wel om eerlijk te zijn.

Als je niet komt, kun je niet oefenen.
Als je afspraken niet wilt nakomen, kun je niet betrouwbaar worden.
Als je niet aan je eigen doelen wilt werken, heeft een ontwikkeltraject weinig zin.

In zulke gesprekken zeggen we duidelijk wat we zien en waarom dat niet helpt.

Dirk en Adriaan voeren dit soort gesprekken samen met de deelnemer. Altijd met de mogelijkheid om gedrag te verbeteren. Maar ook met de duidelijke boodschap dat ontwikkeling niet vrijblijvend is.

Wij kunnen ondersteunen, begeleiden en ruimte geven.

Maar iemand moet zelf ook bereid zijn om stappen te zetten.

Verantwoordelijkheid serieus nemen

Juist doordat we proberen te begrijpen wat onder gedrag zit, nemen we iemand serieus.

We zeggen niet te snel: “Zo is die persoon nu eenmaal.”

We vragen eerder: wat maakt dat iemand dit doet? Wat heeft iemand nodig om het anders te kunnen doen? En welke verantwoordelijkheid hoort daar bij?

Want uiteindelijk willen we dat iemand groeit.

Niet alleen in een taak. Niet alleen in productie. Maar ook in zelfinzicht, betrouwbaarheid, samenwerking en eigenaarschap.

Soms begint dat met een klein gesprek.

Waarom blijf je steeds bij dezelfde taak?
Wat zou je eigenlijk willen proberen?
Wat houdt je tegen?
Wat zou een eerste veilige stap kunnen zijn?

Daar kan ontwikkeling beginnen.

Niet door gedrag direct te veroordelen.
Niet door alles goed te praten.
Maar door te onderzoeken wat eronder zit en van daaruit samen een volgende stap te zetten.

Achter gedrag zit altijd een verhaal.

En als je dat verhaal beter begrijpt, kun je iemand ook beter helpen groeien.

Twee medewerkers werken naast elkaar bij de vulmachine in de branderij.
Volgende artikel

Begeleiden zonder over te nemen