Een medewerker plakt etiketten op koffiezakken bij Drents Bakkie.

Achter het Bakkie · Deel 4

Iedereen mag het hele proces leren kennen

Van etiketteren tot meekijken bij de koffiebrander: iedereen mag ontdekken wat bij hem of haar past. Met een persoonlijk logboek maken we die ontwikkeling zichtbaar.

5 min. leestijd

Ontwikkeling ontstaat niet doordat je iemand bezig houdt.

Ontwikkeling ontstaat wanneer iemand de kans krijgt om te ontdekken wat bij hem of haar past. Wat lukt al? Wat geeft energie? Waar zit spanning? En welke volgende stap is haalbaar?

Bij Drents Bakkie willen we deelnemers daarom niet vastzetten op één eenvoudige taak.

Natuurlijk kan iemand beginnen met etiketten plakken, dozen vouwen of koffie inpakken. Dat zijn overzichtelijke werkzaamheden en vaak een goede eerste stap. Maar het doel is niet dat iemand daar automatisch blijft.

Iedere deelnemer mag het hele proces in de branderij leren kennen.

Van etiketteren tot inpakken. Van orderpicken tot voorraad controleren. Van bezorgen tot meekijken in de brandhoek. Niet om iedereen uiteindelijk hetzelfde te laten doen, maar om samen te ontdekken waar iemands kracht ligt.

Het logboek als hulpmiddel

Bij de start van het traject krijgt iedere deelnemer een eigen logboek.

Dirk en de buddy leggen uit hoe het logboek werkt. De deelnemer mag er zelf in kijken wanneer hij of zij wil. Het is dus geen document dat alleen in een map verdwijnt, maar een hulpmiddel om ontwikkeling zichtbaar te maken.

In het logboek staan de verschillende afdelingen en werkzaamheden binnen Drents Bakkie. Denk aan de plakhoek, de inpakafdeling, de orderverwerking, logistiek, bezorging en de brandhoek.

Een taak wordt niet zomaar afgetekend.

Eerst krijgt iemand uitleg. Daarna wordt de taak geoefend. Pas wanneer iemand de taak meerdere keren goed en zelfstandig heeft uitgevoerd, kan deze worden afgetekend.

Daarbij kijken we niet alleen of de handeling technisch lukt. We kijken ook naar kwaliteit, veiligheid en samenwerking.

  • Kan iemand netjes en zorgvuldig werken?
  • Worden afspraken gevolgd?
  • Wordt hulp gevraagd als iets niet klopt?
  • Kan iemand samenwerken met collega’s?
  • En neemt iemand verantwoordelijkheid voor het eigen deel van het proces?

Ontwikkeling is een verantwoordelijkheid van het hele team

Iedere twee weken bespreekt het team gezamenlijk de logboeken van de deelnemers.

Dat doen Dirk en de buddy’s niet ergens achter gesloten deuren. Het hele team blijft zo op de hoogte van de ontwikkeling van de deelnemers.

  • Wat gaat goed?
  • Welke taken zijn zelfstandig uitgevoerd?
  • Wat kan worden afgetekend?
  • Welke werkzaamheden kan iemand nog proberen?
  • En waar heeft iemand extra uitleg, rust of begeleiding nodig?

Door dit samen te bespreken, wordt ontwikkeling geen losse taak van één begeleider. Het wordt onderdeel van de manier waarop het team werkt.

De buddy’s en Dirk vullen de logboeken in. Wanneer dat passend is, kan het logboek ook worden gebruikt bij evaluaties met Menso of andere opdrachtgevers. Maar ook daarin vinden we de positie van de deelnemer belangrijk. Het gaat over zijn of haar ontwikkeling, dus de deelnemer moet begrijpen wat wordt vastgelegd en waarvoor het wordt gebruikt.

Proberen hoort erbij

Iedere deelnemer mag alle afdelingen proberen. Daarin leggen we zo min mogelijk beperkingen op. Natuurlijk zijn er verantwoordelijkheden en veiligheidskaders. Een deelnemer zit bijvoorbeeld niet zelfstandig achter de brandmachine. Dat blijft de verantwoordelijkheid van de branders.

Maar meekijken, helpen, leren registreren of onderdelen van het proces begrijpen kan wel.

Wij willen dat deelnemers zelf kunnen aangeven wanneer zij klaar zijn voor een complexere taak. Soms ziet iemand zelf een volgende stap. Soms moedigen wij iemand aan om iets te proberen. En soms blijkt tijdens het proberen dat iets nog te moeilijk, te druk of gewoon niet passend is. Dat is geen mislukking.

Niet alles past bij iedereen. Niet iedereen vindt hetzelfde leuk. Dat geldt voor deelnemers, maar net zo goed voor betaalde medewerkers.

Als iets niet past, is dat vooral nuttige informatie.

Dan weten we beter waar iemand energie van krijgt, welke omgeving helpt en welke taak op dat moment beter aansluit. Later opnieuw proberen kan altijd.

Je faalt niet als je iets niet leuk vindt. Je faalt nooit als je iets nieuws probeert.

Van kleine taak naar echte verantwoordelijkheid

Soms begint iemand heel voorzichtig.

Bijvoorbeeld in de plakhoek. Eerst wat meekijken. Daarna zakken pakken. Etiketten klaarleggen. Controleren welk etiket bij welke koffie hoort. Plakken, tellen, bundelen en opruimen.

In het begin lijkt dat misschien klein.

Maar juist in zulke eenvoudige taken zit veel ontwikkeling. Iemand leert nauwkeurig werken. Vragen stellen. Tempo maken. Afspraken volgen. Zien wat de volgende stap is.

En soms groeit iemand veel verder dan vooraf verwacht.

Iemand die introvert binnenkomt en begint met eenvoudige werkzaamheden, kan langzaam steeds meer verantwoordelijkheid nemen. Eerst voor de eigen taak. Daarna voor een deel van de plakhoek. Vervolgens voor voorraad, bestellingen of het ontvangen van klanten die koffie komen ophalen.

Op een gegeven moment ziet zo iemand zelf wat beter kan. Er worden verbeteringen opgepakt zonder dat iemand anders daarom hoeft te vragen. Er ontstaat eigenaarschap.

Dat is een belangrijk moment.

Want dan voert iemand niet alleen meer werk uit. Dan draagt iemand verantwoordelijkheid voor een stukje van het bedrijf.

Niet iedereen groeit dezelfde kant op

Ontwikkeling betekent niet dat iedereen uiteindelijk naar dezelfde functie moet doorgroeien.

Voor de één is het al een grote stap om betrouwbaar aanwezig te zijn en een vaste taak zelfstandig uit te voeren.

Voor een ander zit de groei in samenwerken, klanten te woord staan of leren omgaan met drukte.

Weer iemand anders wil juist leren plannen, voorraad beheren of collega’s aansturen.

Daarom is het belangrijk dat er verschillende werkzaamheden zijn. Een koffiebranderij biedt veel soorten werk. Rustig en nauwkeurig werk. Fysiek werk. Sociaal werk. Logistiek werk. Werk waarbij je veel moet onthouden. Werk waarbij je vooral moet doen.

Die variatie maakt het mogelijk om ontwikkeling persoonlijk te maken.

Wanneer iemand klaar is voor betaald werk

Betaald werk vraagt meer dan een taak kunnen uitvoeren.

Voor ons begint het bij betrouwbaarheid. Komt iemand op de afgesproken momenten? Wil iemand taken oppakken die moeten gebeuren? Kan iemand samenwerken? Staat iemand open om te leren? Draagt iemand bij aan een goede sfeer?

Een vrolijke sfeer meenemen klinkt misschien minder meetbaar dan aantallen kilo’s of afgetekende taken. Toch is het belangrijk. Een goede collega is niet alleen iemand die produceert. Het is ook iemand die bijdraagt aan het team.

Wij kunnen niet iedereen direct een betaalde baan bieden. Daarvoor moet de productie verder groeien en moeten we meer koffie verkopen. Maar wanneer iemand laat zien dat hij of zij toe is aan meer verantwoordelijkheid, kunnen we wel meedenken over de volgende stap. Binnen Drents Bakkie, bij Feyen of bij een andere werkgever.

Want uiteindelijk is het logboek geen einddoel. Het is een hulpmiddel om zichtbaar te maken wat iemand leert, waar iemand groeit en welke stap daarna mogelijk wordt. Iedereen mag het hele proces leren kennen.

Niet omdat iedereen alles moet kunnen. Maar omdat je pas echt ontdekt wat iemand kan, als iemand de kans krijgt om het te proberen.

Twee collega's in gesprek bij de inpakafdeling van Drents Bakkie.
Volgende artikel

Achter gedrag zit altijd een verhaal